| De wekker is al drie
keer afgegaan. Je voelt je uitgeput, de nacht heeft niet de rust gebracht
die je nodig hebt om de dag door te komen.
Na gedoucht te hebben kijk je in de spiegel en schrik je van de
wallen onder je ogen. Na een aantal sterke bakken koffie breng je
de kinderen te laat naar de crèche. Je bent net op tijd op
je werk voor een belangrijke afspraak met een nieuwe klant. Door
al dat gehaast ben je niet goed voorbereid op het gesprek en heb
je moeite om je te concentreren.
Rond 10.30 uur is de eerste energiedip een feit. Je probeert je
geest helder te krijgen door een plakje ontbijtkoek en een mueslireep
te eten en nog meer koffie te drinken. Snel en onzorgvuldig beantwoord
je een paar e-mails. Rond 13.00 uur krijg je enorme honger en besluit
je te gaan lunchen. De lunch bestaat uit een sandwich die je om
de hoek gehaald hebt en die je achter de computer opeet zodat je
gelijk door kan werken aangezien je achter op schema ligt.
Rond 15.00 uur ervaar je de tweede energie dip waardoor je nauwelijks
je ogen kunt open houden. Je hebt een enorme behoefte aan zoetigheid
waar je dan ook aan toegeeft. Zuchtend stuur je een mailtje naar
een vriend: je meldt je af voor zijn verjaardagsfeestje –
alleen de gedachte aan een drukke avond is al vermoeiend genoeg.
Na je werk haal je de kinderen weer op. Hun aanwezigheid kost je
zoveel energie dat je na het eten als een blok voor de tv in slaap
valt.
|